|
Saksen
Woonplaats:
Denemarken, Noord-Duitsland en later ook Nederland en
Engeland.
De Saksen waren een volk dat sterk verwant was aan de
Angelen. Ook blijkt uit
archeologische vondsten dat ze veel gemeen hadden met de
Thuringiërs en
Franken. De Saksen waren
een verzamelnaam voor meerdere Germaanse volkeren.
Waar de Saksen heel erg kenmerkend in zijn is dat zij nog
steeds leefden zoals hun voorouders. Ze gingen niet mee in
de tijd zoals vele andere stammen dat deden. Hun akkers
lagen nog op lage gronden, hun sierraden en aardewerk was
nog simpel en hun levenswijze was nog steeds zoals het
altijd geweest was. ze hadden nog steeds het heidense geloof
van de Germanen en waren voor hun tijd dus vrij primitief.
Saksische invloed
In de derde eeuw begonnen de Saksen met hun uitoefening
van hun macht. Op zee overvielen ze schepen en vochten ze
zeeslagen uit met de
Franken. Ook onderwierpen
ze verschillende stammen in hun buurt, waaronder de
Thuringiërs. Zo kregen ze
ook land in Nederland. Ook gingen de achtergebleven
Friezen en Saksen samen op
onder de naam Saksen.
De Saksen gingen door met hun veldtochten en verdreven de
Chamaven en
Salische Franken naar het
zuiden. In deze tijd zochten de Saksen en
Friezen uitbundig naar
geschikte Nederland grond. de Flevum en Duinenrijen werden
goed geëxploiteerd en omgebouwd tot woongebied. Echter, door
veranderingen in het klimaat van de kusten ontstonden er
overstromingen en veranderde het landschap zodanig dat veel
Saksen het gebied weer verlieten omstreeks 400.
Saksen richting
Engeland
In 445 trokken grote groepen Saksen over de Noordzee
naar Engeland. Hier hoopten zij hun nieuwe woonplaatsen te
kunnen stichten. In Engeland ontstonden er kleine Saksische
koninkrijkjes, zoals Wessex (West-Saksen), Sussex (Zuid-Saksen),
Middlesex (Midden-Saksen) en Essex (Oost-Saksen). Ook
creëerden de Saksen kleine nederzettingen in Normandië (Gallië)
door hun mobiliteit over zee. Hier maakten zij met hun
invloed een einde aan de huidige Romeinse invloed en vormden
het weer tot het wilde heidendom.
Saksen en Franken
De Saksen in Noord-Duitsland en Nederland waren een
voortdurende bedreiging voor de
Franken. Net als hen hadden
de Saksen namelijk een goed uitgerust leger. Rond 750 zorgde
het pas echt voor een uitbarsting voor beide volkeren. De
Saksen trokken herhaaldelijk de grenzen over om rooftochten
uit te zetten in het Frankische Rijk. Karel de Grote
reageerde hierop met een veldtocht tegen de Saksen waarbij
hij in 763 het Saksische Heiligdom, de Irminsul
(Wereldzuil), vernietigde.
2
|