|
Zon, maan en sterren
Er kwamen vonken vuur
uit Muspelheem gevlogen, die Wodan opving en tegen de hemel
wierp, waar er sterren uit ontstonden. Wodan schiep ook twee
grote lichten, die dag en nacht zouden schijnen. En hij
maakte twee wagens en zette daar de twee lichten op en voor
iedere wagen spande hij twee paarden, vlug als de wind.
En er leefde een man, Mundilföri geheten, die twee zeer
schone kinderen had, een jongen en een meisje. De jongen
noemde hij Maan en het meisje Zon. Over zoveel hoogmoed
ontstak Wodan in toorn en hij voerde de kinderen van de reus
naar de hemel en beval de jongen de paarden van de maan bij
de teugel te leiden en het meisje moest de zonnewagen
besturen.
De reuzen der duisternis schuwen het licht, daarom vatten
zij grimmige haat op tegen zon en maan en wilden zij deze
vernietigen. Zij namen de twee wolven Sköll en Hati,
brachten die naar de hemel en joegen ze achter zon en maan
aan. Vlug als de wind lopen de hemelpaarden, en toch gelukt
het de wolven soms hen in te halen. Dan bevinden zon en maan
zich in groot gevaar: woedend happen de wolven met de muil
naar hen; de mensen zeggen dan: “Het is zons- of
maansverduistering.” Tot dusver is het de lichten des hemels
echter nog telkens gelukt, zich weer te bevrijden en aan hun
achtervolgers te ontkomen; eerst bij het einde der wereld
zullen zij door de wolven ingehaald en verslonden worden.

De drie zoons van Bor: Wodan, Honir en Loki bij het
ontstaan van onze wereld.
Bron:
www.Hagal.be |