|
De schepping van mensen en dwergen
Op zekere dag liepen
de drie goddelijke broeders Wodan, Hönir en Loki langs het
strand van de zee. Daar stonden twee bomen, Es en Olm, en
Wodan sprak:
“Laat ons hier mensen uit scheppen naar ons beeld, opdat
Midgaard, de schone vruchtbare aarde, door hen bewoond kan
worden.”
En uit de bomen schiep hij een man en een vrouw; Hönir gaf
aan de gestalten bewegelijkheid en verstand, en Loki
verleende hun de zintuigen en het menselijk spraakvermogen.
Zij noemden de man Ask (Es) en de vrouw Embla (Olm of Els)
en brachten hen naar Midgaard. Daar sprak Wodan tot hen:
“Hier zult gij wonen en de aarde bebouwen en de vruchten des
velds eten.”
Zo leefden Ask en Embla van nu af in Midgaard en van hen
stamt het gehele geslacht der mensen af.
In het binnenste der aarde echter ontstonden de dwergen.
Deze waren klein en lelijk, doch bezaten menselijk vernuft
en waren schrander. Sommige waren wit, andere zwart. Vier
van hen zette Wodan onder de vier hoeken des hemels, om de
hemel te dragen, zij heetten: Noord, Zuid, Oost en West. De
zwarte dwergen bouwden hun woningen in de spleten en in de
gesteenten der aarde. Zij groeven schatten op: erts en
ijzer, zilver en goud, richtten smederijen op en schiepen
allerlei kostelijke dingen: rode ringen, gouden kettingen,
goede zwaarden en speren en allerlei wondermooie sieraden.
Zelden komen zij naar de oppervlakte der aarde. Alleen ‘s
nachts durven zij naar boven te komen; want zodra de zon hen
beschijnt, verliezen zij het leven en veranderen zij in
steen. De witte dwergen staan niet in smederijen vol roet,
om de hamer te zwaaien; hun gelaat is zo licht en schoon als
de zon; daarom heten zij ook lichtalfen of elfen. Zij wanen
in de zonnige ether en dansen in zomernachten bij heldere
maan op de bloemenweiden van Midgaard, hun lieflijke
reidansen.
Bron:
www.Hagal.be
|