Nieuwe pagina 1
     

¤ Mythologie


Dag en nacht

 

Een der reuzen had een dochter, die Nacht heette. Haar blik was somber en zij droeg een donkere mantel en een golvende zwarte sluier. Haar zoon heette Dag en bezat een stralende schoonheid. Wit en rood en vriendelijk was zijn gezicht en zijn haren schitterden als goud. Zijn kleed was blank als sneeuw en glansde als witte zijde.

En Wodan gaf aan Nacht een zwarte wagen en een zwart paard, dat Hrimfaxi (Rijpmanen) heette, omdat zijn manen geheel met rijp bedekt waren. Aan haar zoon Dag echter gaf hij een prachtig wit paard, Skinfaxi, en een wagen die schit­terde als goud.

Als het nu avond wordt, rijdt Nacht omhoog naar de hemel en overschaduwd met haar zwarte mantel de aarde. Hrimfaxi schudt de rijp uit manen en staart, en het schuim uit zijn bek valt als dauw omlaag.

‘s Morgens vroeg ontwaakt Dag uit zijn sluimering. Dan stijgt hij in zijn wagen en neemt de teugels van Skinfaxi in de handen. In het Oosten gaat de gouden hemelpoort open en Dag rijdt omhoog, over zijn blauwe weg. Dan vluchten de schaduwen van Nacht, de lucht wordt helder en de stralende manen van het witte paard verlichten de aarde.

Alle schepselen begroeten de schonen Dag met vreugdegejuich, want de dag brengt licht en leven. In twaalf uren heeft Dag zijn lange weg afgelegd, dan duikt hij in het verre Westen onder in zee en zijn moeder Nacht begint haar rit.
 

 

Bron: www.Hagal.be